Instructie video's

 

 

Algemene video over droogbouwsystemen

 

TOP15 systeem

TOP15 systeem i.c.m. Compact Floor Pro12

 

EPS30 en NEO20 systemen

EPS30 en NEO20 i.c.m. Compact Floor Pro12

 

EPS30 en NEO20 systemen met extra versteviging

 

OKO

 

Strongboard FL

 

Compact Floor Pro12

 

Compact Floor Expert

 

Compact Floor Direct

 

Compact Floor Liquid

 

E NERGY IQ

 

Montage plafondverwarming

 

 

Wandmontage

 

Legplan

We adviseren om de EPS30 en NEO20 systemen voor een gelijkmatige warmteverdeling over het gehele oppervlak uitsluitend toe te passen met een hart op hart afstand van 125 mm.

Bij bestelling van een compleet systeem, inclusief de benodigde verdeler(s) bieden wij een gratis legplan aan. De voorwaarden hiervoor treft u op www.gratislegplan.nl

 

Montageaanwijzingen

Zorg allereerst voor een stabiele, zo vlak mogelijke ondergrond. Zie hier de eisen waaraan de ondervloer dient te voldoen.
De kwaliteit van de ondergrond is bepalend voor het eindresultaat!

1. Breng de randisolatie en het randhout (raamhout) op de dragend, droge en een vlakke ondervloer.

2. Begin met installeren in een hoek van de ruimte met een kopelement volgens het legplan 3 Breng daarna de verwarmingselementen met de aluminium warmtegeleiders met een buisafstand 12,5 cm. aan. Uitsparingen en onverwarmde gebieden worden opgevuld met blanco elementen.

4 De verwarmingselementen kunnen in de lengterichting of in de breedterichting worden aangepast aan de gewenste lengte of breedt.
Breek de platen op de vooraf bepaalde breekpunten.

5 Bij constructies met o.a. bedekt met laminaat of strongboard dient met het volgende rekening gehouden worden: in ruimtes > 12 m2 worden de elementen bij voorkeur aan de randen en bochten op de ondergrond gelijmd of vast gezet met schroeven. In ruimtes < 12 m2 is het aan te raden om alle elementen te verlijmen.

6 Snijd afzonderlijke buis geleidingen en grote bochten uit met de warmtesnijder. (elektrische frees)

7 Schroef in de deuropening het eerder gelegde raam (rand)hout op de ondergrond.

8 Leg de verwarmingsbuis (diameter 16 mm) in een grote boog van bovenaf spanningsvrij in de aluminium omegaprofielen Trek de systeembuis niet omhoog.

9 Maak de verbindingen tussen de verschillende elementen aan tussen twee rechte aluminium platen. Koppel ze niet in bochten.

10. Geleid de verwarmingsbuizen naar de verdeler. ONbedekte plaatsen en groeven in de blanco elementen kunnen eventueel met aluminium platen worden bedekt.